Interview met Dennis Basten
Toen Dennis begon aan zijn bachelor Science (voorheen Algemene Natuurwetenschappen) had hij niet kunnen bedenken dat hij voor de klas terecht zou komen. In zijn derde jaar koos hij de educatieve minor met het idee dat hij in ieder geval een extra diploma op zak zou hebben als het leraarschap niets voor hem zou zijn. Maar hij bleek het geweldig te vinden. “Door die minor wist ik dat ik echt het onderwijs in wilde,” vertelt Dennis. “Ik heb nog even getwijfeld over een master die een brug slaat tussen politiek en wetenschap, maar ik vond het onderwijs te leuk.” En het ging hem ook goed af; zo bleek tijdens de minorstage op zijn vroegere middelbare school, het Valuascollege. Dennis: “Ik merkte dat ik het leuk vond om voor de klas te staan en met leerlingen over van alles en nog wat te praten. Na twee maanden werd ik gevraagd om in te vallen en kreeg ik een vast contract aangeboden. Sindsdien werk ik hier als docent natuurkunde. Ik ben hier, nadat ik mijn diploma had behaald, eigenlijk maar twee jaar weg geweest ”
Stage lopen, zijn bacheloropleiding afronden, vervolgens een tweejarige master doorlopen en daarnaast voor de klas staan. Dat moet toch behoorlijk pittig geweest zijn? Dennis vertelt daar vrij laconiek over: “Ik begon met vier lesuren tijdens mijn bachelor. Wat het pittig maakte was het heen en weer reizen tussen de school in Venlo en de universiteit in Nijmegen en het schakelen tussen het docentschap en het zelf volgen van vakinhoudelijke colleges. Maar ik wilde toch mijn bachelor in drie jaar halen en dat is gelukt. Daarna startte ik met de tweejarige master Science & Education en bleef ik een aantal uren lesgeven. In het eerste masterjaar heb ik de inhoudelijke schoolvakken gevolgd en een stage bij de Radboud Docentenacademie gedaan, waar ik onderzoek deed voor CITO. In het tweede jaar had ik een aanstelling van 0.5 fte. Het was zeker druk, maar het voelde goed en ik voelde me als oud-leerling thuis op deze school.“
Dennis geeft nu les in de boven- en onderbouw. Samen met zijn vroegere docent die nu zijn collega is, staat hij voor acht clusters natuurkunde in de bovenbouw. Daarnaast geeft hij nog les aan drie derde klassen in de onderbouw. Waar merkt hij aan dat hij een academisch opgeleide docent is? Dennis: “Misschien zit dat hem in hoe ik mijn lessen vormgeef; ik vlieg de dingen soms iets anders aan. Sowieso leg ik altijd uit waarom leerlingen iets moeten leren, anders doen ze er minder voor. Maar ik laat ze bijvoorbeeld ook een vraag stellen en daar een oplossing voor uitwerken. Dat gebeurt in duo’s waarbij de een bijhoudt met welke oplossingsstrategie de ander bezig is. Je kunt een vraagstuk stapsgewijs aanpakken; lezen, analyseren, uitwerken, etc., maar onderzoek wijst uit dat mensen die gemiddeld hoger scoren die stappen niet chronologisch doorlopen. Die switchen tussen lezen, analyseren, lezen, uitwerken. Ik vertel mijn leerlingen dat ze op een hoger gemiddelde kunnen komen door het op deze manier aan te pakken. Zo probeer ik ze een academische manier van leren aan te leren.”
Ook maatschappelijke vraagstukken zoals de energietransitie worden besproken tijdens de natuurkundeles. Dennis vindt het daarnaast leuk om de juniorversie van de AIVD-kerstpuzzel met zijn leerlingen te doen. “Voor dit soort puzzels heb je ook een academische manier van denken nodig, dat vind ik mooi om te gebruiken.”
Dennis wil leerlingen graag enthousiast maken voor het vak natuurkunde en toont zich ook een ware ambassadeur van het leraarschap. Zijn leerlingen mogen altijd terugkomen naar school om een keer mee te lopen. Daarnaast wil hij ook een sociale docent zijn. “Soms komen ze ook als ze twijfelen over hun studiekeuze en advies nodig hebben,” vertelt Dennis. “Vorig jaar had ik een leerlinge die natuurkunde wilde gaan studeren, maar zich afvroeg of ze zou passen tussen de overwegend mannelijke studentengroep. Ze was bovendien een sociaal type en het stigma van natuurkundigen is dat die niet bepaald sociaal zijn. Na de introductieweek stond ze hier bijna in tranen. Ik heb toen met haar gepraat en kreeg na een week een mailtje dat ze een aantal soulmates had gevonden en dat het goed ging. Je doet het daar niet voor, maar het is mooi als een leerling met zo iets kleins gelukkig is. Iedereen heeft wel een docent van vroeger die hem bijblijft. Ik vind het fijn als ik zo’n docent kan zijn.”
Over zijn verdere schoolcarrière denkt Dennis nog niet teveel na. Hij is sinds kort MR-lid, is ooit gevraagd om leerlingcoördinator te worden, en ook zien sommige collega’s hem wel als teamleider. Dennis vindt het allemaal interessant, maar geeft aan: “Ik vind het lesgeven veel te leuk. Met andere taken erbij zou ik minder lesgeven en als teamleider helemaal niet meer. Dan kom ik voor mijn gevoel te ver van de leerlingen af te staan, dus ik houd het voorlopig bij de MR, dat is ook een mooie plek om een extra steentje bij te dragen aan de school.”
Hij stipt tot slot nog even het hardnekkige beeld aan dat je als docent slecht verdient. Dennis: “In de eerste les van het jaar vertel ik de leerlingen mijn verhaal. Standaard vragen ze dan waarom ik met een universitaire studie voor de klas ga staan. Daar verdien je toch niks mee? Ik zeg dan: heb je wel eens opgezocht wat je kunt verdienen als leraar? Stomverbaasd zijn ze als ze die bedragen horen. Je kunt altijd wel meer verdienen, maar je moet doen waar je gelukkig van wordt. Ik vind het docentschap een supermooi beroep.”
Iedereen die dat mooie beroep overweegt, is van harte uitgenodigd om een dagje met Dennis mee te lopen.
Contact
Universiteiten van Nederland
Lange Houtstraat 2
Postbus 13739
2501 ES Den Haag
Regionale allianties lerarenopleidingen